Anoniem (27 jaar): “Mijn verslaafde brein dacht dat ik zelf kon stoppen. Nu weet ik: dat lukt niet alleen”

‘Mijn ouders en mijn vriendin hebben me aangespoord om naar de huisarts te gaan. De negen maanden voor mijn opname liep mijn cocaïnegebruik totaal uit de hand. Ik gebruikte elke dag 10 gram. Toch dacht ik tot aan de intake bij Rodersana: “Stoppen; dat doe ik zelf wel.” Nu weet ik: dat was mijn verslaafde brein aan het woord.

Het intakegesprek was best heftig. De psycholoog zei een aantal keer: “Wat denk je zelf?” en iedereen om me heen, mijn ouders en vriendin, zat te huilen. Het was me toen wel duidelijk dat ik dit moest doen. Op 3 juni vorig jaar ben ik begonnen.

Ervaringen in de kliniek

De eerste dagen heb ik vooral geslapen omdat ik de periode daarvoor niet meer sliep. Ook heb ik veel gegeten want dat deed ik ook amper meer. Het afkicken viel me mee. Je weet dat cocaïne er niet is, dus ben je er niet mee bezig. Na 2 weken werd het wel zwaarder omdat ik heel onrustig werd. Ik kan slecht opletten en word onrustig als ik stil moet zitten. Dat hebben ze bij Rodersana heel goed opgepakt. Ze lieten me dingen op het schoolbord schrijven en op andere manieren meehelpen zodat ik mijn energie kwijt kon.

Die lessen en sessies: dat was nieuw voor me. Ik ben van nature niet zo’n prater. Maar ik snap dat de psycholoog me ook liet terugdenken aan vroeger. Als je weet waar je verslaving door begonnen is, kan je het een plekje geven. Er zijn dingen gebeurd in mijn verleden, waardoor ik steeds verslaafder ben geraakt sinds ik op mijn veertiende voor het eerst een keertje cocaïne had gebruikt. Daar vertel ik liever niet over.

Op 6 juli was het traject klaar en ging ik naar huis. Eigenlijk begint het echt afkicken thuis pas, in de omgeving waar je normaal gebruikte. Bij Rodersana bouw je een schil op en die moet je daarna heel houden. Dat is echt lastig. Ik ga nu nog twee keer per week naar Rodersana. En ik zal nog best een tijd naar een psycholoog gaan. Tegelijkertijd ben ik weer lekker aan het werk.

Afleiding zoeken

Als ik onrust voel opkomen, dan ga ik andere dingen doen. Sporten werkt voor mij het beste, daar kan ik mijn energie in kwijt. Bij feestjes ga ik op tijd weg, of ik ga niet. Je moet bepaalde situaties niet opzoeken.

Tegen anderen die worstelen met een verslaving zou ik willen zeggen: “Zoek hulp. Je kan het niet alleen.” Dat dacht ik lange tijd wel. Maar je kan het alleen niet winnen. En dat hoeft ook niet.’