Vanuit de internationale wetenschappelijke literatuur wordt bijna unaniem gesteld dat verslaving een ernstige en chronische hersenziekte is, die in belangrijke mate ook genetisch bepaald is. De kwetsbaarheid of voorbeschiktheid om een verslaving te ontwikkelen zou voor 30 tot 60% genetisch bepaald zijn. Hierin zijn een groot aantal genen betrokken die ondermeer betrekking hebben op impulsiviteit, angstregulatie, stemmingsregulatie en stressgevoeligheid. Ook genen die invloed hebben op de metabolisatie van alcohol of drugs kunnen hierin een rol spelen.

Verslaving nader bekeken

Verslavingsgedrag is het gevolg van diepgaande en langdurige veranderingen in de hersenen. Het kernsymptoom van deze verandering is het immer terugkomend verlangen om drugs of alcohol op te zoeken of te gebruiken, zelfs na jaren van abstinentie en ondanks de extreem negatieve gevolgen. Dit houdt dus in dat iemand die verslaafd is geweest continu kwetsbaar blijft voor terugval in een verslaving. Uitgebreid onderzoek heeft vastgesteld dat de herhaalde blootstelling van de hersenen aan een verslavend middel leidt tot uitgebreide en diepgaande neuro chemische veranderingen. Het gebruik van het middel wordt in het begin als leuk en prettig ervaren. Dit roeseffect ontstaat door een rechtstreekse of indirecte intense stimulatie van het dopaminerge beloningscircuit. Dit beloningscircuit is een neuro anatomische structuur, waarin het beloningsgericht gedrag tot stand komt. Dit gedrag beoogt het bereiken van een aantal natuurlijke doelen zoals eten, drinken en voortplanting waardoor er een grotere kans op overleven is. Het behalen van deze doelen gaat gepaard met een bepaald genot, plezier en gevoel van tevredenheid en zal dus ook bekrachtigd worden tot herhaling. Men wordt dus gemotiveerd om dit gedrag opnieuw te doen en bijgevolg wordt de kans op overleven verhoogd. Het is bekend dat alle verslavende middelen direct of indirect door hun chemische structuur op dit beloningscircuit ingrijpen. Het gebruik van het middel wordt als belonend ervaren. Dit is het proces van LIKING.

Steeds meer nodig

Herhaald middelengebruik leidt mettertijd tot een verminderde activiteit en gevoeligheid van het dopaminerge systeem. Hierdoor vermindert het plezierige belonend effect van het middel en dienen steeds grotere hoeveelheden ingenomen te worden om hetzelfde effect te bereiken. Bovendien wordt de motivatie (zucht naar het middel) sterker om het middel opnieuw te gebruiken. Ook worden natuurlijke bekrachtigers niet langer als belonend ervaren. De verslaafde dreigt essentiële levensbehoeften te verwaarlozen. Abstinentie van het middel leidt anderzijds na verloop van tijd tot een geleidelijk herstel van de dopaminerge activiteit. Natuurlijke bekrachtigers krijgen door deze toenemende dopaminerge activiteit hun belonend effect terug en de zucht naar het middel wordt steeds minder. Dit herstel kan tot meer dan één jaar vragen.

Drug-zoekend gedrag

In een volgende fase ontstaat een dwingende en automatische gedragssequentie met het verkrijgen van het middel als doel: het drug-zoekend gedrag. Dit gedrag wordt in belangrijke mate buiten het bewustzijn om gestuurd en gereguleerd. De gedragssequentie wordt automatisch en kan geactiveerd worden zonder tussenkomst van bewuste controle en/of blootstelling. Het middelengebruik krijgt steeds meer een compulsief karakter. Dit gedragspatroon gaat bovendien gepaard met een sterk gerichte aandacht voor het middel en alle prikkels die er direct of indirect aan gekoppeld zijn. Hierdoor slagen de verslaafde hersenen er steeds beter in om situaties te herkennen die het verkrijgen van het verslavend middel mogelijk kunnen voorspellen. De verslaafde wordt steeds beter in het zoeken en vinden van het middel. Ook stress kan dit gedragspatroon op gang brengen.

Controlemechanismen en kans op terugval

Niettemin kan er een bewuste controle op dit automatische gedrag uitgeoefend worden. Deze controlemechanismen in de hersenen zijn echter trager en minder efficiënt. Wanneer deze controle overvraagd wordt door bijvoorbeeld een overaanbod van prikkels, zijn deze controlemechanismen falend en krijgt de automatische gedragssequentie de overhand. Dan dreigt er terugval in middelengebruik. Deze neuro chemische veranderingen zijn vermoedelijk van langdurige aard en worden in beperkte mate beïnvloed door abstinentie. Dit verklaart het fenomeen dat gebruikers van middelen zelfs jaren na abstinentie terug kunnen vallen in oude verslavingsgewoontes.

Naar boven
Sluiten